© Powered by SiteSpirit

 
Logo.jpg

                         
                                               Postbus 290, 1270 AG Huizen 


HPlogo.png

Secretariaat: Stichting Huizer Botters • p/a Labradorstroom 93 • 1271 DE Huizen • reserveringslijn 035 5281458


Werf Gebr Schaap.jpg


De " Gebr. Schaap".

De HZ 45 is in 1892 gebouwd op de werf Gebr Schaap voor de visserman Willem Koeman Jr., neef van de gebroeders Jacob en Hermanus Schaap. Hij betaalde hiervoor fl. 2400 en ging als HZ 209 vissen.

In 1911 werd een meer realistische nummerlijst gemaakt en werd de botter als HZ 45 geregistreerd. Onder dit nummer heeft deze bijna 14 meter lange en 4,35 meter brede en rond de twintig ton zware botter ruim vijftig jaar gevist.

Tot 1941 onder schipper Willem Koeman, daarna met zoon Jacob als schipper tot 1953, toen Jacob overleed. Daarna is de botter verkocht aan de werf Nieboer in Spakenburg onder de voorwaarde nooit op zondag te mogen varen.

Deze verkocht de botter voor de pleziervaart aan Jhr. De Jonge, adjudant van Koningin Wilhelmina. In 1971 werd de botter in zeer slechte staat gekocht door Richard Klaver uit Alkmaar. Deze heeft een grondige restauratie uitgevoerd. In 1991 kocht Piet Weissenbach uit Bunschoten de botter.

Pas in 2005 kwam de HZ 45 weer terug in de oude thuishaven. Sindsdien is er een Groot onderhoudsprogramma gerealiseerd om het achterstallig onderhoud weg te werken. De laatste fase is de winter 2008/09 gedaan.

De kromboorden, twee leggers in het vooronder, twee inhouten en vijf gangen aan bakboord voor zijn vervangen. Het hele programma kostte een kleine negentig duizend euro over vier jaar. De uitvoering is gedaan door de werf "De Hoop " in Workum.

Hierna gaat het onderhoudsprogramma verder op een nivo van zo'n tienduizend euro per jaar. Het blijft tenslotte een onvervangbare oude dame, de HZ 45.

In 2010 is de deken ( vloer naast de bun ) en de bun zelf vervangen.Inmiddels was echter de zwaardbolder door de draad van het hout gescheurd en dus ook vervangen samen met het lijfhout. En omdat tijdens de vorstperiode de botter ernstig is gaan lekken is de klus niet na het vaarseizoen uitgevoerd, maar ervoor. Is toch veiliger! Wel stijgen de kosten naar ruim zestienduizend euro, helaas.

De HZ 45 is nu helemaal bijgewerkt.

De geschiedenis van de HZ 45 is beschreven in een boekje:
       'DE HZ45 WEER THUIS', door Dick Schaap.
Het is een uitgave van de Historische Kring Huizen en kost € 5. Te bestellen via 035 - 5252807




HZ 45, de trots van de familie Weisenbach

090317Piet Weisenbach en zoon aan boord de HZ 45 LR.jpg

door Evert Bruinekool ( 2002 )  

BUNSCHOTEN - 'De HZ45 is, voor zover wij weten, de enige botter die sinds haar bouwjaar in 1892 steeds dezelfde registratie heeft gehad', vertellen Piet en Lydia Weisenbach. Zij verkregen de Zuiderzeebotter in 1991 van Richard Klaver via koopruil. Ook hun vorige schip, de HL62 is bijzonder. 'Dat is de oudste Staverse Jol van Nederland.'   De botter is in 1892 gebouwd op de werf van Gebr.Schaap in Huizen. 'Schaap bouwde de botter in eigen beheer voor de verhuur en als reserveschip', weet Weisenbach. 'Omdat de familie Schaap en de familie Koeman verwant waren, deed Schaap het schip over aan Willem Koeman, de oudste zoon uit het gezin Koeman. Hij is in 1893 op zijn zeventiende jaar met dit schip gaan varen en gaf het de officiële registratie HZ45. In 1897 werd Willem's zoon Jacob geboren. Toen Jacob het vak had geleerd, deed Willem het schip over aan zijn zoon. Jacob heeft tot 1956 gevist met de HZ45.' De familie Koeman verkocht het schip in 1956 voor 350 of 750 gulden aan Scheepswerf Nieuwboer in Spakenburg. 'Jonkheer De Jonge, in die tijd de adjudant van Koningin Juliana, kocht de botter voor 2.600 gulden van de werf. Een heel bedrag in die tijd. Voor circa vierhonderd gulden kon je al een botter kopen. De Jonge gebruikte de botter  als gezinsboot en brak een tussenschot ertussenuit om het vooronder in te richten met militaire britsen en kooien zodat iedereen een slaapplaats had.' In die periode kreeg de HZ45 een extra naam: Vrouwe Cornelia, de naam die nu nog bij het roer is vermeld. 'Hij noemde het schip naar zijn vrouw.'   'Jonkheer De Jonge verkocht de botter in de zestiger jaren. De volgende eigenaar is vermoedelijk Van de Sandenbakhuis of Meijer uit Amstelveen geweest. Deze eigenaar verkocht het schip begin jaren 70 aan Harry Smit. 'Ik herinner mij de HZ 45 nog wel. Het was een botter met veel achterstallig onderhoud', vertelt Smit 'Er is veel verhuur mee gevaren. Destijds stond er een Mercedes diesel in.  Ik heb de HZ 45 tot 1976 of 1977 in mijn vloot gehad. Toen verkocht ik hem voor 8000 gulden aan Richard Klaver.'  Volgens Weisenbach heeft,'deze grote man van de Windjammers heeft veel botters in de verhuur gehad.. Hij gebruikte botters en verhuurde ze aan studenten. Was een botter op dan werden ze verkocht of was hij voor de sloop.' Ook met de HZ45 gebeurde dat. 'Richard Klaver trof, zo vertelde hij mij, de in slechte staat aan en benaderde Smit. Klaver kocht de botter en bracht de HZ45 op een dekschuit naar Alkmaar.' Volgens Smit echter werd de in slechte staat verkerende botter voor 8000 gulden verkocht aan Klaver. 'Hij betaalde echter maar de helft omdat later een aantal gebreken boven kwamen. Toen heb ik hem de andere helft maar kwijtgescholden.' In


Werf Gebr Schaap.jpg

De botter is in 1892 gebouwd op de werf van Gebr.Schaap in Huizen. 'Schaap bouwde de botter in eigen beheer voor de verhuur en als reserveschip', weet Weisenbach. 'Omdat de familie Schaap en de familie Koeman verwant waren, deed Schaap het schip over aan Willem Koeman, de oudste zoon uit het gezin Koeman. Hij is in 1893 op zijn zeventiende jaar met dit schip gaan varen en gaf het de officiële registratie HZ45. In 1897 werd Willem's zoon Jacob geboren. Toen Jacob het vak had geleerd, deed Willem het schip over aan zijn zoon. Jacob heeft tot 1956 gevist met de HZ45.' De familie Koeman verkocht het schip in 1956 voor 350 of 750 gulden aan Scheepswerf Nieuwboer in Spakenburg. 'Jonkheer De Jonge, in die tijd de adjudant van Koningin Juliana, kocht de botter voor 2.600 gulden van de werf. Een heel bedrag in die tijd. Voor circa vierhonderd gulden kon je al een botter kopen. De Jonge gebruikte de botter  als gezinsboot en brak een tussenschot ertussenuit om het vooronder in te richten met militaire britsen en kooien zodat iedereen een slaapplaats had.' In die periode kreeg de HZ45 een extra naam: Vrouwe Cornelia, de naam die nu nog bij het roer is vermeld. 'Hij noemde het schip naar zijn vrouw.'   'Jonkheer De Jonge verkocht de botter in de zestiger jaren. De volgende eigenaar is vermoedelijk Van de Sandenbakhuis of Meijer uit Amstelveen geweest. Deze eigenaar verkocht het schip begin jaren 70 aan Harry Smit. 'Ik herinner mij de HZ 45 nog wel. Het was een botter met veel achterstallig onderhoud', vertelt Smit 'Er is veel verhuur mee gevaren. Destijds stond er een Mercedes diesel in.  Ik heb de HZ 45 tot 1976 of 1977 in mijn vloot gehad. Toen verkocht ik hem voor 8000 gulden aan Richard Klaver.'  Volgens Weisenbach heeft,'deze grote man van de Windjammers heeft veel botters in de verhuur gehad.. Hij gebruikte botters en verhuurde ze aan studenten. Was een botter op dan werden ze verkocht of was hij voor de sloop.' Ook met de HZ45 gebeurde dat. 'Richard Klaver trof, zo vertelde hij mij, de in slechte staat aan en benaderde Smit. Klaver kocht de botter en bracht de HZ45 op een dekschuit naar Alkmaar.' Volgens Smit echter werd de in slechte staat verkerende botter voor 8000 gulden verkocht aan Klaver. 'Hij betaalde echter maar de helft omdat later een aantal gebreken boven kwamen. Toen heb ik hem de andere helft maar kwijtgescholden.' In tegenstelling tot wat  Weisenbach van Klaver heeft gehoord, is volgens Smit Klaver varend uit de haven van Muiden vertrokken met de HZ 45.' Weisenbach is van mening dat, zonder Klaver deze botter verloren was gegaan. Hij heeft de botter gerestaureerd.' In 1991 liet Klaver weten interesse te hebben in de Staverse Jol van de familie Weisenbach. 'Klaver zocht een kleiner schip dat hij zonder bemanning kon varen. Sindsdien hebben wij nu een lekke spaarpot. Je gooit er veel geld in maar alles vloeit er weer onderuit. Desondanks besteden wij met liefde al het geld dat nodig is om dit schip te behouden voor de toekomst. Niet alleen voor ons plezier maar ook omdat wij vinden dat je verantwoordelijkheid hebt voor een stukje Nederlands cultuurgoed.'


090317Willem Koeman LR.jpg

Vanaf de eerste dag namen Piet en Lydia zich voor het schip zoveel mogelijk in originele staat te houden. 'Geen concessies, geen toilet, geen koelkast. Een botter is en blijft primitief. De enige concessie, maar dat hadden de vissers zelf al gedaan, is de motor in de achterste bun. Maar alles, ook de bun, is nog origineel. Dat is niet alleen vanuit cultuur-historisch oogpunt, het vergroot ook de stabiliteit van het schip en daarmee het vaarplezier.' Alles wat bij de koop nog niet origineel was, probeert de familie zoveel mogelijk in oude staat terug te brengen. Het valt slechts een enkeling op maar Weisenbach wil het enige minpuntje aan de botter niet verhullen. 'Tijdens een hellingbeurt in het verleden heeft de HZ45 een kattenrug opgelopen. Die zit er nog steeds een beetje in. Wil je dat eruit krijgen dan zou je alles moeten vervangen en dat is niet te doen. Nu is de kop wat lager dan bij een normale Zuidwalbotter. Toch heeft het ook zijn voordelen. Je kunt de botter makkelijker over de kop heentrekken.'    Alhoewel de botter inmiddels als varend monument is erkend, is Weisenbach nog niet helemaal tevreden. 'In de steven moet nog een paar ogen komen waaraan je de kuil kan bevestigen. Het heeft niet de meeste prioriteit want vissen mag niet meer maar wat betreft originaliteit zouden die twee ogen daar moeten zitten.' Alhoewel het vissen officieel niet mag, heeft die activiteit wel Weisenbachs belangstelling. 'Als je morgen de netten en de kuilstokken aan boord zou brengen, kun je vissen. Ik heb ooit met een oude visser op het Eemmeer een kuil uitgezet om te kijken hoe dat in zijn werk ging. Echt vissen heb ik echter nog niet gedaan met dit schip.' Daar komt, als het aan Weisenbach ligt, verandering in. 'Volgend jaar ga ik met pensioen en dan ga ik zeker naar Workum om daar deel te nemen aan de visserijdagen. Verder zou ik graag nog eens aan de Volendammer dagen deelnemen om nog eens echt met een kuil te vissen. Het is goed om zo die visserijtechniek te behouden. Nu nog zijn er oude vissers die ons die techniek kunnen leren. Daar zal ik in ieder geval gebruik van maken.'   Het beleid van de Nederlandse overheid als het gaat om het behoud van monumenten is volgens Weisenbach ontoereikend. 'Het is natuurlijk leuk als je schip wordt geregistreerd als varend monument maar je schiet er niets mee op. Je voelt je verantwoordelijk en je wilt alles doen om het schip in originele staat te krijgen en te houden maar het kost alleen maar geld. Vreemd genoeg krijgen eigenaren van onroerende monumenten wel geld van de overheid. Wij vinden dat het niet uit mag maken of een monument varend is dan wel onroerend. Het gaat om het principe. Een restauratie vergt een flinke investering en als wij varen, mogen wij geen gebruik maken van rode diesel. Gemiste kansen.' Als compensatie voor de eigen en andersmans kosten hebben Piet en Lydia Weisenbach enkele jaren geleden de Stichting Botterverhuur Spakenburg opgericht. 'Deze stichting stelt zich ten doel de verhuren van botters in Bunschoten en Spakenburg te coördineren. Op die manier proberen wij de eigenaren van botters allemaal een evenredige opbrengst te laten krijgen. In het verleden kwam het geld vooral terecht bij slechts enkele eigenaren. Het gaat zelfs zo goed dat wij ook samenwerken met de Stichting BU210 en Stichting De Oude Haven.' De Stichting Botterverhuur Spakenburg heeft inmiddels ook een eigen website. Op www . botterverhuurspakenburg . nl staan alle botters met daarbij de prijzen van verhuur.


090317 De HZ 45 in 91.jpg

Gedurende de Tweede Wereldoorlog heeft de familie Koeman met de HZ45 menig verzetsdaad gepleegd. 'Willem en zijn zoons Jacob en Lammert hebben in de oorlog van alles gevaren', vertelt Weisenbach. 'Oude Huizenaren die het schip herkennen, spreken met veel respect over de familie Koeman. Het was algemeen bekend dat zij eenieder lieten delen in de opbrengst en aan de Duitsers zo weinig mogelijk afdroegen. Zij hebben wel eens de haven moeten uitvluchten omdat zij gezocht werden door de Duitse politie. Het is zelfs zo dat zij werden beschoten door de politie en werden achternagezeten door een soort MTB. Nu kenden die oude vissers iedere vierkante centimeter van de Zuiderzee als hun broekzak. Willem voer met de botter over een zandbank waarvan hij wist dat de dieper stekende MTB er niet overheen zou komen. En inderdaad, de MTB liep vast en Jacob ontkwam. Hij voer de haven in, gaf zijn vangst af aan enkele Huizenaren en vluchtte de haven weer uit voordat de Duitsers hem konden oppakken.' In 1944 vorderden de Duitsers botters. 'Jacob leverde de botter noodgedwongen af in Stavoren', weet Weisenbach. 'De familie wilde echter niet dat de botter in handen van de Duitsers bleef en Lammert vertrok op de fiets en voorzien van allerlei vergunningen naar Stavoren. Die tocht gebeurde in de beruchte nacht van Putten. Na een reis vol gevaren kwam Lammert in Stavoren terecht. Daar bleek dat de Duitsers het kompas al hadden verwijderd. Omdat zij ook de tuigage van boord hadden gehaald, hebben Lammert en Jacob  met behulp van enkele inwoners van Stavoren de botter weer opgetuigd en voeren zo terug naar Huizen. De familie Koeman, dat waren helden.' De reputatie van de familie was zo groot dat in de erepoort die de gemeente Huizen na de bevrijding oprichtte een schilderij stond met daarop de botter HZ45. 'Iedereen was zo overtuigd van de integriteit van de familie Koeman dat aan hun die eer werd gegeven. Voor ons betekent die erkenning ook nu nog dat wij heel zorgvuldig met de HZ45 moeten omgaan. Niets mag ooit die eer aantasten. Dat zijn wij aan de familie Koeman verplicht.'   Op een onderdeurtje staat een gedicht waarvan de familie Weisenbach de herkomst niet kent. 'Varen op vier winden / en steeds de vis weer vinden / dat is de vissers werk. Halen, vieren van het net / de vangst dan in de bun gezet / en terug naar Huizens kerk' 'De tekst is waarschijnlijk een gedicht van een Harderwijker visser', vertelt Weisenbach. 'Maar in de vissersperiode heeft de familie Koeman nooit die tekst aangebracht of laten aanbrengen. Wij zijn benieuwd wanneer dat wel is gebeurd.'  


Het leven aan boord van de HZ 45

090317 De heren Schaap en Roukens.jpg

BUNSCHOTEN - Hennie Roukens (71 jr) en Dick Schaap (64 jr) hebben allebei in hun jongensjaren als knecht gewerkt voor Jacob Koeman op de HZ45. De HZ45, momenteel eigendom van Piet en Lydia Weisenbach, is in 1892 gebouwd op de werf van Gebr. Schaap in Huizen. De werfeigenaar schonk de botter aan de zeventienjarige Willem Koeman. In 1897 werd Willem's zoon Jacob, ook wel Jaap genoemd, Koeman geboren. Jacob Koeman viste tot 1953 met de HZ45. Zowel Roukens als Schaap werken op vrijwillige basis in het Huizer Museum Het Schoutenhuis en proberen zo het visserijverleden van Huizen voor een breed publiek toegankelijk te maken.   Hennie Roukens maakte in 1940, op tienjarige leeftijd, kennis met Jacob Koeman. 'De Duitsers hadden de school bezet en ik was bijna dagelijks in de haven te vinden. Als de HZ45 daar lag, wist iedereen dat ze me daar konden vinden. Ik was helemaal gek met die botter.' Dat jaar telde Roukens vijf botters. 'Je had de HZ5 van E. Blessie, de HZ31 van Jan Korsi, de HZ45 van Jaap Koeman, de HZ81 van Jaap Van der Poel en de Vieter 4 van de kustvisser Daan Wormsbecher ( " Daantje Goedkoop " ). Voor de rest waren er vooral vletten en Staverse jollen. Die gingen veel snoekbaarsvissen onder de Durgerdamse wal en onder de wal bij Muiden. Al met al waren er zo'n dertig vissersschepen actief.'  De HZ45 had echter zijn hart gestolen. 'In 1943, de school was nog steeds bezet, kwam Koeman 's avonds met mijn ouders praten. Zijn knecht was 73 jaar en dat ging echt niet meer. Hij vroeg of ik mee kon helpen op de botter.' Tot grote vreugde van Roukens gaven zijn ouders toestemming. 'De twee volgende jaren bestond mijn leven uit weken op de botter en dan weer weken thuis.'   Het werk voor de jonge Roukens was niet zwaar. 'Jaap hield rekening met mijn leeftijd. 's Avonds om zes uur stuurde hij mij naar kooi. Rond middernacht werd ik wakkergemaakt om de kuul binnenboord te halen en een uur later weer uit te zetten. Daarna ging ik weer slapen en rond vijf uur 's ochtends stond ik weer op om de kuul te halen. Die tijden konden, al naar gelang de weersomstandigheden en hoe land je aan de kuul bleef liggen, variëren.' Als de kuul gehaald was, begonnen de dagelijkse taken. 'Eerst zette ik koffie zetten en maakte ik een paar sneden roggenbrood. Dat bracht ik dan naar Jaap en Gerrit.' Roukens leerde niet al te kieskeurig te zijn. 'Het roggenbrood werd bewaard in het vooronder. Daar was het vochtig en roggenbrood schimmelt dan snel. Van weggooien was geen sprake en stukken eraf snijden gebeurde evenmin. Ik bakte het brood aan beide kanten zodat het droogde en dat aten wij. Ook de melk kreeg een behandeling. De verse melk die maandag meeging was van zaterdag. Tot maandag was het goed drinkbaar. Zomers echter moest je de melk maandag goed opkoken en doorkoken en met een beetje goede wil, kon je de melk dan dinsdag ook nog drinken.' Na het ontbijt hielp Roukens met het sorteren van de vangst van die nacht. 'Alles wat afviel, zoals jonge snoekbaars, haalde ik eruit om schoon te maken voor de middagmaaltijd. Niets werd verspild.' Als het 's middags rustig weer was, vroeg Jacob Koeman de jongen soms de Bijbel te lezen. '"Doe maar Johannes 15" was meestal de opdracht. Dat waren tweeënhalve bladzijden. Dan was je wel even bezig.' Heel soms mocht de jonge Roukens aan het roer staan. 'Als Gerrit ziek was en Jaap bijna omviel van de slaap liet hij het roer aan mij over. Dat gebeurde niet vaak maar als het gebeurde, was ik zo trots als een pauw.'   De houding van Jacob Koeman tegenover de Duitse bezetter heeft op Roukens een onuitwisbare indruk gemaakt. 'Op en keer stond Jaap aan het roer, ik aan het zwaard, toen wij werden aangeroepen door de Duitsers. "Niet kijken", riep Jaap. "Net doen of je niets gehoord hebt. De Duitsers herhaalden hun boodschap. "Wir müssen lange Dünne haben", riepen ze vanaf hun boot, voorzien van luchtafweergeschut. Zij kenden het woord voor paling niet. Jaap voer stug door en de Duitsers haalden hun ankerketting op. Ze kwamen achter ons aan en schoten een waarschuwingssalvo voor de botter langs. "Niet kijken, duik achter het zwaard. Daar kan je niets gebeuren", riep Jaap mij toe en bleef doorvaren. Hij ging rechtstreeks op een zandplaat af en kon daar overheen omdat het een noordwesterwind was. De Duitsers voeren inmiddels op volle vaart achter ons aan en zaten direct muurvast. Jaap ging door en zeilde met de kop naar de haven toe heel scherp die pier aan. In één lijn voer hij door naar de afslag waar wij direct werden gelost. Anderen brachten direct eten en drinken aan boord zodat wij vrijwel onmiddellijk weer naar buiten konden. Omdat de Duitsers wisten om welk schip het was, liep Jaap een enorm risico. Toch wilde hij niets aan die Duitsers afstaan. Hij voer richting Harderwijk en na verloop van tijd kwamen wij weer terug. Nooit meer iets van gehoord.' Later hoorde Roukens dat de Duitse boot aanzienlijke schade had opgelopen. 'Er moest een sleepboot uit Amsterdam aan te pas komen om die boot er af te sjorren. De mitrailleur voorop was zelfs afgebroken.' De, inmiddels gepensioneerde, Willem Koeman liet zich evenmin door de gevaren afschrikken. 'Hij heeft zich in die tijd weleens in het kabelgat verstopt en kwam pas te voorschijn toen wij op zee waren. Zo graag wilde hij mee op zee.'  


090317De HZ 45 haalt de netten binnen.jpg

Jacob Koeman toonde zich in confrontaties met de Duitsers keer op keer onverschrokken. 'Op een keer kwam een scherpjacht met Hitlerjugend langszij. Zij wilden ook paling hebben. Die jongens, ik denk dat ze vijftien of zestien jaar oud waren, stonden met enterhaken klaar om ons te enteren. Jaap werd woedend, pakte het anker en zei "de eerste die springt, sla ik dood. Wat er verder gebeurt, zie ik dan wel". De jongens sprongen niet en kregen evenmin paling.' Ook zwarthandelaren meed Koeman. 'Bij vrijwel iedere visser die in de buurt van de wal kwam, kwamen de zwarthandelaren met motorvlets naar je toe. Jaap gaf nooit paling, nooit.'  De paling die Koeman op die manier uit handen van de bezetter en zwarthandelaren hield, was bestemd voor enkele gezinnen in de omgeving. 'Ik had zakjes met paling om mijn middel gebonden', vertelt Roukens. 'In zo'n zakje paste precies twee pond paling. Daarmee ging ik naar bepaalde adressen die Jaap mij had doorgegeven. Aan hen stond Jaap met liefde zijn vangst af.' De vangsten in die jaren waren goed. 'In 1943 vingen wij gemiddeld twaalf palingen op een vierkante meter. Dan konden we soms al na één (1) trek met zeshonderd pond terug naar de haven. Zeker in die periode kwam die enorme vangst goed van pas.'   Niet alleen de bezetter maar ook de bevrijders van Nederland zorgden voor heel wat opwinding in het leven van Roukens. 'Toen ik net bezig was om de fok op te rollen, kwam er een squadron Engelse vliegtuigen over. De vliegtuigen draaiden boven zee voor de haven langs en gooiden zich plat op hun kant. "die gaan in de aanval op die twee Duitse schepen" dacht ik. Er volgde een mitrailleursalvo en van op de plecht zagen wij een spoor de haven in gaan. Een van de Duitsers zat onder de tafel en om eerlijk te zijn had ik ook die neiging. Later realiseerden wij dat wat wij aan spoor zagen de lege hulzen waren en niet de kogels. De Engelsen hadden het op de landinwaarts gelegen zenderinstallaties gemunt.'   Naarmate het aantal vliegtuigwrakken in het IJsselmeer toenam, besefte de bemanning welk risico zij liep. 'De meeste vliegtuigwrakken werden onmiddellijk met boeien afgezet maar een enkeling bleef onopgemerkt', vertelt Roukens. 'Als je dan met de kuul vast kwam te zitten aan stukken van het vliegtuig was dat levensgevaarlijk. Het is ons één (1) keer overkomen. Jaap gaf direct opdracht de touwen van de kuul door te hakken. Deed je dat niet dan werd je zonder meer onderuit gehaald. Toch was ook het doorhakken van de touwen niet zonder risico. De botter, die niet meer de druk van de kuul achter zich had en met alle zeilen in top voer, kreeg dan zo'n klap dat de mast bijna op het water hing. Zeker een Huizer Botter schept, als hij op zijn kont gaat zitten, achter. Ik stond in het vooronder tot mijn knieën in het water.' Eind 1944 was het vissen op het IJsselmeer niet meer mogelijk. 'De vliegtuigwrakken vormden een te groot risico. Menig visser kwam met zijn kuul vast te zitten in de bommen. Jaap ging met de HZ45 varen vanuit Lemmer en mijn ouders wilden niet dat ik meeging.' De bevrijding betekende voor de inmiddels vijftienjarige Roukens het einde van zijn visserijperiode. 'Ik moest weer naar school.'


090317Willem Koeman op t voordek LR.jpg

Jacob Koeman toonde zich in confrontaties met de Duitsers keer op keer onverschrokken. 'Op een keer kwam een scherpjacht met Hitlerjugend langszij. Zij wilden ook paling hebben. Die jongens, ik denk dat ze vijftien of zestien jaar oud waren, stonden met enterhaken klaar om ons te enteren. Jaap werd woedend, pakte het anker en zei "de eerste die springt, sla ik dood. Wat er verder gebeurt, zie ik dan wel". De jongens sprongen niet en kregen evenmin paling.' Ook zwarthandelaren meed Koeman. 'Bij vrijwel iedere visser die in de buurt van de wal kwam, kwamen de zwarthandelaren met motorvlets naar je toe. Jaap gaf nooit paling, nooit.'  De paling die Koeman op die manier uit handen van de bezetter en zwarthandelaren hield, was bestemd voor enkele gezinnen in de omgeving. 'Ik had zakjes met paling om mijn middel gebonden', vertelt Roukens. 'In zo'n zakje paste precies twee pond paling. Daarmee ging ik naar bepaalde adressen die Jaap mij had doorgegeven. Aan hen stond Jaap met liefde zijn vangst af.' De vangsten in die jaren waren goed. 'In 1943 vingen wij gemiddeld twaalf palingen op een vierkante meter. Dan konden we soms al na één (1) trek met zeshonderd pond terug naar de haven. Zeker in die periode kwam die enorme vangst goed van pas.'   Niet alleen de bezetter maar ook de bevrijders van Nederland zorgden voor heel wat opwinding in het leven van Roukens. 'Toen ik net bezig was om de fok op te rollen, kwam er een squadron Engelse vliegtuigen over. De vliegtuigen draaiden boven zee voor de haven langs en gooiden zich plat op hun kant. "die gaan in de aanval op die twee Duitse schepen" dacht ik. Er volgde een mitrailleursalvo en van op de plecht zagen wij een spoor de haven in gaan. Een van de Duitsers zat onder de tafel en om eerlijk te zijn had ik ook die neiging. Later realiseerden wij dat wat wij aan spoor zagen de lege hulzen waren en niet de kogels. De Engelsen hadden het op de landinwaarts gelegen zenderinstallaties gemunt.'   Naarmate het aantal vliegtuigwrakken in het IJsselmeer toenam, besefte de bemanning welk risico zij liep. 'De meeste vliegtuigwrakken werden onmiddellijk met boeien afgezet maar een enkeling bleef onopgemerkt', vertelt Roukens. 'Als je dan met de kuul vast kwam te zitten aan stukken van het vliegtuig was dat levensgevaarlijk. Het is ons één (1) keer overkomen. Jaap gaf direct opdracht de touwen van de kuul door te hakken. Deed je dat niet dan werd je zonder meer onderuit gehaald. Toch was ook het doorhakken van de touwen niet zonder risico. De botter, die niet meer de druk van de kuul achter zich had en met alle zeilen in top voer, kreeg dan zo'n klap dat de mast bijna op het water hing. Zeker een Huizer Botter schept, als hij op zijn kont gaat zitten, achter. Ik stond in het vooronder tot mijn knieën in het water.' Eind 1944 was het vissen op het IJsselmeer niet meer mogelijk. 'De vliegtuigwrakken vormden een te groot risico. Menig visser kwam met zijn kuul vast te zitten in de bommen. Jaap ging met de HZ45 varen vanuit Lemmer en mijn ouders wilden niet dat ik meeging.' De bevrijding betekende voor de inmiddels vijftienjarige Roukens het einde van zijn visserijperiode. 'Ik moest weer naar school.'






© Powered by Sitespirit